Eerste Salon over het Metropolitane Landschap

Hoppen door een Hollands merengebied

‘Als we iets willen behouden in het Noord-Hollandse landschap, dan is het wel de openheid. Dat kan op verschillende manieren verenigd worden met het gebruik.' Landschapsarchitect Rob van Leeuwen pleit ervoor om de beelden die mensen hebben van het landschap te verenigen met de werkelijke ontwikkeling van het landschap. Hij sprak hierover met collega's en experts tijdens de eerste salonbijeenkomst op 26 maart. Een stedelijke uitbreiding van Zaanstad kan dan zelfs worden ingezet om een weidevogelgebied te behouden. Het ontwerp daarvoor moet dan wel glashelder zijn. ‘Want alleen een rode vlek komt oorlogszuchtig over.'

‘Bij ruimtelijke opgaven is het van belang dat de hoedanigheid van het landschap voorop staat. Te vaak redeneren we vanuit onze waarden en wensbeelden. Het gevaar is dat we plannen baseren op een landschapsbeeld in ons hoofd, en niet op het werkelijke landschap buiten.' Rob van Leeuwen poneert deze stelling tijdens de eerste salonbijeenkomst, met als thema het metropolitane landschap.

  

Zittend op strobalen en tussen de schapen van fortboerderij Dijkzicht in Aalsmeerderbrug kijkt Van Leeuwen zijn gesprekspartners uitnodigend aan. Wie durft de hoedanigheid van de landschappen rondom Amsterdam te typeren? Een van de deelnemers doet een poging. ‘In agrarische gebieden, zoals de Vechtstreek, is nog ruimte voor verandering, daar wordt geschoven met bestemmingen. De duinen daarentegen zijn heilig, daar komt niemand aan. In het Gooi vinden eveneens weinig veranderingen plaats. Dat heeft volgens mij met de Heuvelrug en de authenticiteit van het landschap te maken.'
‘Daar gaan we al', reageert Van Leeuwen. ‘Authenticiteit is erg persoonlijk. Want hoe authentiek is het Gooi? Nog niet zo lang geleden was het landschap van 1850 het ijkpunt. Maar dat is allang verschoven.'
Landschapsarchitect Rob van Leeuwen opende de salon met een voordracht over de ontwerpopgave voor het metropolitane landschap, een begrip dat voortkomt uit de zevende Noordvleugelconferentie van eind vorig jaar. Als provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit (PARK) van Noord-Holland probeert Miranda Reitsma te achterhalen wat het metropolitane landschap is. Uit welke type gebieden bestaat het? En wat kunnen mensen daar doen?
Volgens Van Leeuwen is het metropolitane landschap van Noord-Holland - ofwel de landschappen van de regio Amsterdam - een museum en machine tegelijk. Aan de ene kant heeft het kenmerken die de mensen graag willen behouden, aan de andere kant zijn gebieden continu in ontwikkeling. Deze spanning is te illustreren met de tweeledige rol die het landschap nabij de stad heeft. Voor de stedeling is het landschap een tuin, een recreatieoord, voor agrariërs is het al eeuwen een voedselmachine, die bewerkt moet worden. ‘Op een gegeven moment treedt dan de modernisering van de landbouw in. Ruilverkavelingen, schaalvergroting, eenvormige stallen, verdwijnende koeien: in de tuin van de stedeling doet dat pijn, het landschap wordt lelijk', vertelt Van Leeuwen. Hij vervolgt: ‘Maar die tuin wordt ook heringericht, met recreatiegebieden, fietspaden, landelijke woonmilieus en nieuwe natuur. De voedselmachine van de boeren raakt ontregeld, het landschap wordt onwerkbaar.'

Succesfactor
Dit dilemma wordt volgens Van Leeuwen deels in stand gehouden doordat niet langer het grondgebruik de inrichting van het landschap bepaalt, maar het beeld dat beleidsmakers van het landschap hebben. Een beeld dat meestal gaat over het behoud van het landschap zoals het nu is. En daar wringt de schoen, meent Van Leeuwen. ‘Als het beeld dat we hebben van het landschap behouden moet blijven, maar het fysieke gebruik tot veranderingen leidt, dan moeten we een nieuwe vorm van gebruik en beheer vinden die het te behouden landschap voortbrengt.' De landschapsarchitect doet zelf een voorstel. ‘Op sommige plekken rondom Amsterdam is heel duidelijk de geschiedenis van het landschap zichtbaar, terwijl elders weinig te zien is. Dit biedt een raamwerk voor onvermijdelijke transformaties: waar de leesbaarheid van het landschap groot is, vindt behoud plaats, elders de omvorming.'
Het betoog van Van Leeuwen is theoretisch, niet voor niets noemt hij het een gedachte-experiment. Op de vraag of hij zijn verhaal kan concretiseren, verwijst hij naar mogelijke ontwerpingrepen. ‘Als we iets willen behouden in het Noord-Hollandse landschap, dan is het wel de openheid. Dat kan op verschillende manieren verenigd worden met het gebruik. Als we de horizon willen blijven zien, vraagt dat bijvoorbeeld om planologische beperkingen op het aantal gebouwen per agrarisch bedrijf, is de inzet van waterpartijen nuttig en dient visuele hinder ondergronds te worden gebracht. En voor het gevoel van verte maken we gebruiken van de vormentaal uit de Engelse, Franse en Italiaanse tuinkunst.'
Gespreksleider Miranda Reitsma wendt zich na het verhaal van Van Leeuwen tot de experts in de stal. ‘Zeg het maar: wat is volgens jullie het behouden waard?'
Jos Gadet, planoloog bij de gemeente Amsterdam, reageert: ‘De landschappelijke diversiteit van de regio Amsterdam. Dat is, naast het gegeven dat Amsterdam een wereldstad is, de succesfactor.'
‘Ja', knikt Reitsma', maar moeten we voor de toekomst dan inzetten op het beeld van diversiteit of juist veranderingen de ruimte geven? Ik heb namelijk gelezen dat Amsterdammers die landschappen helemaal niet gebruiken.'

Hollandse meren
‘Volgens mij wordt de landschappen wel gebruikt, maar hechten zelfs mensen die ze niet gebruiken er toch veel waarde aan', mengt Nick de Snoo van Staatsbosbeheer zich in het gesprek. ‘De vraag of ze mogen veranderen is echter moeilijk te beantwoorden.' Jos Gadet vult aan: ‘Je moet achterhalen waarom mensen die landschappen belangrijk vinden.' Rob van Leeuwen reageert snel: ‘Door dus de hoedanigheid te formuleren, zonder je eigen smaak of nostalgische gevoelens voorrang te geven.'
Gadet's collega Maurits de Hoog probeert de door van Leeuwen bepleite hoedanigheid van het landschap te verwoorden. ‘De toekomstige bouwlocaties van Almere zijn nu beplant met bos. Dat ging in het Gooi anders. Daar werden de landbouwgronden honderd jaar geleden bebouwd, waarna de gaten werden gevuld met bos.' ‘Precies', zegt Van Leeuwen. ‘De hoedanigheid van een gebied hangt dus sterk samen met de vormende motor. Vaak is dat de landbouw, in het Gooi was het de verstedelijking.'
Om het tot dan toe tamme debat meer vaart te geven, gooit Miranda Reitsma een voorstel uit de zevende Noordvleugelconferentie op tafel. Het idee is om ten zuiden van Amsterdam net als in Friesland een Hollands merengebied te creëren, als kapstok voor woon- en recreatiefuncties. Het is al eerder door verschillende instanties geopperd en in feite ligt een groot deel van de meren er al. ‘Het is vooral zaak om die wateren met elkaar te verbinden', aldus Reitsma.
Wederom reageert Jos Gadet als eerste: ‘Dit lijkt me dus geen goed plan. Waarom zouden we het landschap opofferen voor woonmilieus, terwijl er behoefte is aan hoogstedelijke woonmilieus in of aan de stad?' Volgens Reitsma hoeft dat niet te botsen. Zij meent dat een merengebied de zo belangrijke landschappelijke diversiteit van de Amsterdamse regio vergroot. Bovendien kunnen de meren een rol spelen in de waterbergingsopgave. En het versterkt het karakter van Noord-Holland als de watersportprovincie van Nederland.
Maurits de Hoog: ‘Maar dan wel voor eendaagse tripjes. Als ik er langer op uit wil, ga ik toch nog steeds naar Friesland.' Van Leeuwen: ‘Via de meren kun je vanuit de metropool in twee richtingen per boot een ommetje maken.' Paul Saager, kennismanager bij de provincie Noord-Holland, volgt de gedachtegang van De Hoog en Van Leeuwen kritisch. ‘En de Assenaar of de Groninger? Die bezoeken zo'n Hollands merengebied misschien wel voor een week.'

Oorlogszuchtig
Wanneer aan het merenstelsel woonfuncties gekoppeld worden, ontstaat het gevaar dat de oevers geheel in privaat bezit komen. Op de Loosdrechtse plassen bijvoorbeeld zijn amper aanlegplaatsen voor toerende bootjes.
De net aangeschoven socioloog Arnold Reijndorp oppert om niet alleen woonfuncties op de oevers te plaatsen, maar ook semi-publieke functies, zoals restaurants en cafés. ‘De Friese meren, daar vind je rust. Varen op een Hollands merengebied is toch vooral hoppen van terras naar terras.'
‘Maar brengen dat soort functies ook genoeg geld in het laatje om zo'n landschap aan te leggen en in stand te houden?', vraagt Miranda Reitsma. En Paul Saager: ‘Zijn andere economische dragers mogelijk dan bebouwing?' Volgens Rob van Leeuwen kost zo'n merengebied helemaal niet veel. Het grootste deel ligt er al en bovendien kunnen de waterschappen mee betalen aan het de waterberging. Deze positieve boodschap wordt snel genuanceerd. Het opheffen van knelpunten rondom infrastructuur schijnt tezamen al gauw 150 miljoen euro te kosten.
Het tweede uitdagende voorstel van Miranda Reitsma is om Zaanstad via de Zaanse scheg door te trekken tot aan het Almaardermeer. ‘Een dergelijke ontwikkeling ligt erg voor de hand, maar er rust een taboe op wegens het veenweidekarakter en de weidevogels.'
Dit plan ziet Jos Gadet wel zitten. ‘Zaanstad voldoet aan de eisen van het metropolitane weefsel. De creatieve sector verhuist langzaam in noordelijke richting. Om daar dus een woonmilieu te creëren voor de werknemers is interessant. In ieder geval interessanter dan dat merenplan of bouwen in Almere.' Nick de Snoo denkt daar anders over. ‘Ik ben bang dat dit plan juist de kracht van het metropolitane landschap, namelijk de diversiteit, ondermijnt. Op zo'n manier is het geen gebruikmaken van, maar opsouperen.' Ook Maurits de Hoog heeft zijn twijfels. ‘Zet die woningen toch op al die lege bedrijventerrein in de Zaanse regio.'
Je moet in ieder geval zorgen voor een ander kaartbeeld, wijst Rob van Leeuwen naar de tekening op het scherm. ‘Zo'n rode vlek tussen Zaanstad en het Alkmaardermeer komt erg oorlogszuchtig over. Diegenen die moeten inleveren - natuurorganisaties en boeren - zien zo niet wat het voor hen oplevert. Of je levert er loepjes bij, zodat binnen die rode vlek te zien is wat er nu echt gaat gebeuren, hoe de verstedelijking als motor fungeert. Op deze manier lijkt het teveel op een streekplankaart.'
Reitsma: ‘Dat wil ik voorkomen. Ik wil geen ‘woezeltaal', waarin alle mogelijkheden zijn opengelaten.'
‘Inderdaad', vervolgt Van Leeuwen. ‘Je moet direct het ontwerpdoel laten zien: we zetten in op rood om daarmee de grutto te behouden. Met alleen een rode vlek vluchten de boeren, blijkt verstedelijking uiteindelijk niet door te gaan, verwilderen de veenweiden en verdwijnt de grutto alsnog.'

Zorgboerderijen
Maurits de Hoog slaat een nieuwe weg in. Is het niet slimmer om ons meer te focussen op concrete projecten en de bijbehorende ontwerpopgaven, vraagt hij zich hardop af. Houd je daarmee een landschap in stand, is de wedervraag van Miranda Reitsma. ‘Er ligt een bouwopgave van 150 duizend woningen', probeert De Hoog. ‘De overheid zorgt ervoor dat op ieder huis duizend euro gaat naar de aanleg en het beheer van concrete landschapsprojecten.'
Paul Bos, eigenaar van de Dijkzicht-boerderij, vindt dat te top-down geredeneerd. ‘Waarom geen ruimte bieden aan initiatieven vanuit het gebied om projecten op te pakken?' De Hoog schudt het hoofd. ‘Dat werkt niet. Waarom is bijvoorbeeld die sluis hier in Aalsmeerderbrug nog niet gerestaureerd. We moeten niet willen dat burgers dat gaan betalen, laat dat lekker over aan de gemeente Haarlemmermeer.'
Tot slot Waterland, de ideale achtertuin van Amsterdam. Volgens Maurits de Hoog en Nick de Snoo heeft het gebied niet alleen een recreatie- en natuurfunctie, maar ook een belangrijke zorgfunctie voor de stad. ‘Want drop outs, zoals junks en werklozen, horen ook bij een metropool. Die worden in Waterland opgevangen, op zorgboerderijen of sociale werkplaatsen.'
Wat zou het betekenen als dit landschap wordt aangewezen wordt als Nationaal Park, net als de Veluwe? Paul Saager: ‘De hoogwaardige natuur kan dan versterkt worden.' ‘Vallen daar ook de weidevogels onder', onderbreekt Miranda Reitsma, ‘in een gebied waar de landbouw terugloopt?' Is dat wel zo, vragen enkele deelnemers zich af. Met de groeiende zuivelmarkt in China krijgt de melkveehouderij in Waterland wellicht weer een toekomst. ‘Met grote bedrijven, megastallen en joekels van silo's tot gevolg', stelt Reitsma.
‘En dat is dus niet erg', zegt Rob van Leeuwen. ‘Want op structuurniveau betekent het aanblijven van die landbouw wel het behoud van de openheid.'

Mark Hendriks