Zesde Salon over Metropolitane Topwoonmilieus
Met je bootje naar het werk
In Noord-Holland is in de nabije omgeving van Amsterdam een gebrek aan metropolitane topwoonmilieus. Dat concludeert landschapsarchitect Pepijn Godefroy. Hij deed in 2007 onderzoek naar de kenmerken van een topmilieu en de mogelijkheden om deze te realiseren. Het Nederlandse ruimtelijkeordeningsbeleid biedt weinig mogelijkheden voor ruime en lommerrijke woonmilieus. Bovendien ontbreekt in de politiek voldoende draagvlak. ˜Bouwen voor de rijken is als vloeken in de kerk."
˜Moet je kijken. Deze woonmilieus zijn geen van allen landelijk of stedelijk. En zeker niet top." Landschapsarchitect Pepijn Godefroy van het Amsterdamse bureau La4sale neemt zijn toehoorders via Google Earth mee naar woonwijken in Weesp, Amsterdam-West, Nieuw-Vennep en Almere. ˜Je ziet wel wat variatie, maar in essentie levert het niets op. Al die wijken lijken op elkaar, met uniforme rijen huizen en overal kleine kavels. Vanuit de lucht zie je niet meer waar in Nederland je bent."
Godefroy startte eind 2007 een zoektocht naar metropolitane en landelijke topwoonmilieus. Tijdens de zesde salonbijeenkomst van provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit Miranda Reitsma op 25 juni vertelt hij zijn bevindingen.
De vraag is wanneer een woonomgeving voldoet aan de eisen van een metropolitaan en landelijk topmilieu. Volgens Godefroy gaat het dan om woonplekken die binnen een uur reizen van de metropool - lees Amsterdam - liggen, in een landschappelijke en mooie setting, met een hoog voorzieningen- en serviceniveau. Dat soort milieus blijkt ver te zoeken in de regio Groot-Amsterdam, met het gevaar dat internationale bedrijven en expats Nederland in de toekomst mijden als vestigingsplek. Philips vertrok ooit mede om die reden vanuit Eindhoven naar Amsterdam. De provincie is bang dat Philips straks ook Noord-Holland vaarwel zegt.
Via de huizensite Funda trachtte Godefroy uit te vinden waar en hoeveel woongebieden voldoen aan het predikaat "top". ˜Je ziet dat duurdere huizen vaak op een hoek staan, met een aardig lapje grond en zicht op het landschap. Maar daarmee is de wijk waar zo'n huis staat nog geen topmilieu. Het gaat er om dat woningen samen een buurt vormen, een woonlandschap met status. In Noord-Holland kom je dan snel uit bij het vanzelfsprekende rijtje in de binnenduinrand tussen Aerdenhout en Bloemendaal en het Gooi. In totaal slechts 6500 woningen."

Planologische rekenmachine
Aan tafel knikt een projectontwikkelaar instemmend. Volgens hem zijn er wel voldoende initiatieven om topmilieus te creëren, maar komt vanuit de politiek altijd de eis om onderaan te beginnen. Dat wil zeggen met de bouw van een percentage sociale huur en middenhuur. Het gevolg is dat een initiatiefnemer uiteindelijk niet toekomt aan het bouwen voor het hoge segment.
˜Sterker nog, bouwen voor de rijken is in Nederland als vloeken in de kerk. Dat is sociale segregatie en dat willen we niet", vult Pepijn Godefroy op cynische wijze aan. ˜Bovendien staat ons ruimtelijke ordeningssysteem bol van bizarre mechanieken." Hij doelt op de oer-Hollandse traditie om stad en land strak te scheiden. Ooit bedoeld om ons landschap te vrijwaren van bebouwing, zijn vele stadsranden volgens de landschapsarchitect gedevalueerd tot armzalige woonmilieus omringd met schaamgroen. Verder hekelt Godefroy de puur planologische rekenmachine waarmee woonwijken volgeplempt worden met te veel openbare ruimte, terwijl de privé-tuinen superklein blijven. "Door al die kleine tuintjes kunnen we onze auto niet op eigen terrein kwijt en is een beuk planten verboden. Maar we reserveren veel ruimte voor openbaar groen, voor parkeerplekken, wat allemaal onderhouden moet worden." Hij wijst naar het scherm, naar een woonwijk aan het water, vermoedelijk in Almere. ˜Zie je dat pad langs het water? Laat daar maar eens je hond uit. Dat is niet fijn hoor, het waait er, het is lang en er is niks te beleven. Als je daar woont, kijk je liever thuis een dvd-tje, want een terras aan datzelfde water heb je niet, het park om de hoek is altijd verlaten en je tuin is kaal omdat je geen bomen mag planten." Godefroy is verontwaardigd. ˜En wat doen wij om deze stedenbouwkundige lacunes te verbloemen? We bouwen huizen uit de jaren dertig na. We zetten Dudok-woningen in de stedenbouwkundige opzet van vandaag, met dus te kleine tuinen en teveel openbare ruimte."
Rondje zeilen
Het probleem is duidelijk. ˜Hoe ging dat vroeger", vraagt iemand. ˜Toen we die topmilieus maakten langs de Amstel en langs de Vecht."
˜Tja," zegt Pepijn Godefroy. ˜Toen was er veel privaat geld en geen ING waar mensen dat konden beleggen. Dus bouwden ze op tweeënhalve dag varen van de stad tweede huisjes." Het argument dat er in die tijd nog veel ruimte was, gaat er bij hem niet in. ˜Kijk eens in de Kop van Noord-Holland. De ruimte is echt niet op."
Dan nodigt Godefroy de salondeelnemers uit voor een reisje langs een aantal Europese metropolen.
˜Want als we onze ruimtelijkeordeningstraditie willen doorbreken, dan moeten we over onze landsgrenzen heenkijken." We starten in Londen, waar woningen ook in een rechttoe rechtaan structuur staan, maar wel vrijstaand, met ruime tuinen in een lommerrijke omgeving. ˜Dit is in de innercity," lacht Godefroy. ˜Je ziet dat het landschap steeds dominanter wordt. Kijk hier, nog steeds in de city, de woningen occuperen het landschap. Daar, je kunt golfen vanuit je tuin en een duik nemen in je zwembad en om de hoek is de tennisclub. Dat is top en metropolitaan."
Naar Parijs, waar je voor 1,5 miljoen euro een woning koopt nabij het centrum. ˜Voor die prijs kun je ook terecht in Broek in Waterland, maar dan heb je veel minder grond", verbaast Godefroy zich. Hij toont een andere luchtfoto. ˜We denken bij Europese metropolen altijd aan sprawl, maar in Parijs houden ze de rivierdalen vrij en bebouwen ze de hellingen. Hier wonen de Parijse expats, op een uur rijden van de Champs-Élyées midden op een groene heuvel." De reis gaat naar Stockholm, waar mensen op eilandjes wonen. Daar geen parkeernormen of de eis dat er bruggen moeten komen. Nee, vertelt Godefroy, de Zweden nemen genoegen met het ongemak dat ze niet op het vasteland zitten. ˜Hoewel ongemak, elke dag met je bootje naar je werk is niet bepaald vervelend", grapt hij. In Zurich, uitgeroepen tot meest aangename stad ter wereld, is het landschap van bergen en meren onderdeel van het dagelijks leven. Mensen beginnen de dag met een rondje zeilen en tussen de middag lunchen ze op de flanken van de Alpen. Godefroy: ˜Dat doen wij alleen in het weekend of op vakantie."

Zeggingskracht
Tot slot de palmboomeilanden bij Dubai, qua stedenbouw en vormentaal helemaal niet zo interessant. ˜Maar", wijst Godefroy, ˜de kavels zijn zoveel groter. Als wij bij Flevoland in het water bouwen, doen we dat slapjes. Waarom niet groots, met waterplezier en topmilieus, in plaats van halfbakken en weggestopt. Neem het initiatief Overgooi. Buiten het feit dat het onzin is om in Flevoland het Gooi na te bouwen, ontbreekt in het ontwerp elke vorm van diversiteit. In dat plan wordt geen landschap gemaakt en de broodnodige vrijheid en ruimte ontbreken."
Na de Europese reis van Godefroy mag geconcludeerd worden dat, wil je op internationaal niveau meetellen, je woonmilieus moet maken met zeggingskracht. Momenteel zijn dat in Nederland al bestaande vestigingsplekken, inderdaad ontworpen en gebouwd in de jaren dertig en veertig. Het is dus zaak nu te ontwerpen aan woonmilieus die over vijftig jaar top zijn.
Waar we in Nederland wel goed in zijn, is om via woningbouw landschappen mooier en sterker te maken. Iedereen kent de Amstel en de Vecht vanwege de buitenplaatsen, terwijl het Gein niet tot de verbeelding spreekt. Daarom stelt Godefroy voor om het gebrek aan topmilieus op te heffen door woonfuncties toe te voegen aan die landschappen die het moeilijk hebben. ˜Kijk, het inpluggen van villa's aan de Vecht is niet voldoende. Ik zeg: we pakken het Gein op, zodat daar over honderd jaar een woonmilieu ligt met zeggingskracht en op zijn minst een mooi landschap."
Vanuit die redenering maakte Godefros' bureau La4Sale een plan waarmee de Bovenkerkerpolder ten zuiden van Amsterdam wordt omgetoverd tot topwoonmilieu, met grote tuinen en in plaats van de voorgeschreven openbare ruimte een landschap dat voor iedereen toegankelijk is. De vraag rijst of je voor zo'n plan politiek draagvlak krijgt. Eerder is als gezegd dat je met een bouwplan voor het hogere segment niet bij overheden hoeft aan te kloppen.
Maatschappelijk belang
Volgens Godefroy moet de provincie in haar structuurvisie een paragraaf over woonlandschappen opnemen waarin staat dat 10% van de bouwopgave voor het hogere segment is. ˜Want als je eist dat een ontwikkelaar dertig procent sociale huur moet bouwen, doet ie het ook."
Aan tafel wordt geopperd er een maatschappelijk belang aan te koppelen om zo de politiek en belangenorganisaties te overtuigen. ˜Zorg dat je met een topmilieu de druk van de polder weghaalt, dat je de waterproblematiek aanpakt, dat een deel van de opbrengsten naar de naast gelegen polder De Ronde Hoep gaat."
Een stapje verder is dat in de structuurvisie wordt aangewezen welke landschappen in nood zijn en waar dus eventueel met topwoonmilieus naar een oplossing kan worden gezocht. Blijft de vraag hoe binnen het rigide ruimtelijkeordeningssysteem deze milieus kunnen worden aangelegd. Verschillende deelnemers pleiten voor een grotere rol voor marktpartijen. Zij durven hun nek uit te steken om grondposities te verwerven en hebben de kennis en creativiteit om prachtige woongebieden aan te leggen.
Mark Hendriks