Vijfde salon over de identiteit v/d badplaatsen

Het oergevoel van de kust

De badplaatsen langs de Noord-Hollandse kust zijn van hetzelfde laken een pak. Overal zie je dezelfde inrichting, dezelfde troosteloze toeristenarchitectuur, dezelfde vis- en frietkraam. Het wordt tijd dat iedere badplaats een eigen identiteit krijgt, passend bij de positie aan de kust. Met de kustvisie heeft de provincie straks een document waarmee ze de complementariteit tussen stranddorpen, de broodnodige relaties met het achterland en de architectonische kwaliteit aanstuurt. En de visie moet richtlijnen geven waarmee de zandige kustversterking benut wordt voor nieuwe strand- en duinactiviteiten. Landschapsarchitect Steven Slabbers: ‘Het maakt nu echt niet uit of je op vakantie gaat naar Petten of Groote Keeten, enig verschil is er toch niet.'
‘Op de top van het Camperduin kun je het landschap lezen, vanaf die plek beleeft iedereen zijn eigen Panorama Mesdag.' Landschapsarchitect Steven Slabbers kijkt zijn gesprekspartners indringend aan. ‘Want vergeet niet, Camperduin was ooit de Kop van Noord-Holland, met zicht op de toenmalige eilanden Callantsoog en Huisduinen. De landaanwinning die na de middeleeuwen aanving - met bijvoorbeeld de aanleg van de Hondsbossche Zeewering - resulteerde in een Hollands landschap van polders, stuifduinen en kwelders.  De topografie van Camperduin biedt bezoekers de kans dat landschap te begrijpen.'
Dan opeens vervliegt het enthousiasme waarmee Slabbers zijn toehoorders toespreekt. ‘Maar wat hebben wij de afgelopen dertig jaar gedaan? Je staat op die top, met je eigen Mesdag, en dan zie je dit.' Hij toont het gebouw van Paviljoen v/h Minkema, eens een karakteristiek pand waar schrijvers als Nescio en Reve kwamen, nu een troosteloos restaurant in catalogusarchitectuur. ‘En als je naar beneden kijkt, zie je dit', vervolgt Slabbers. Strandhotel Camperduin komt in beeld, in een fantasieloze architectuur, zonder karakter, zonder identiteit.
Wat in noordelijke richting volgt, is volgens Steven Slabbers een reeks van mislukkingen, van afschuwelijke vormen van kustexploitatie langs de Noord-Hollandse duinenrij van Petten tot Anna Paulowna. ‘Zie dit', walgt Slabbers, ‘restaurant Okidoki in Callantsoog, en dat daar, Zee en Zo. Hoe verzinnen ze het?' Bij een foto van Julianadorp, een eentonig vakantiedorp in het binnenduingebied onder Den Helder, roept Slabbers: ‘Dit is toch wel het toppunt. Deze plek heeft helemaal niets met de kust en de zee te maken.'
Steven Slabbers houdt zijn dramatische betoog op uitnodiging van provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit Miranda Reitsma tijdens de vijfde salonbijeenkomst in paviljoen Tropen aan Zee in Bloemendaal. Centraal staat de identiteit van de Hollandse badplaatsen, die, zeker na de presentatie van Slabbers, ver blijkt te zoeken. ‘Iedere badplaats zou zich moeten afvragen: wie zijn wij, waar willen we heen, wat kunnen we zijn. Dan kan ieder dorp een eigen en sterk karakter vormen, passend bij de locatie langs de Hollandse kust. Maar nu, nu maakt het helemaal niet uit of je op vakantie gaat naar Petten of Groote Keeten, enig verschil is er toch niet.'

 

Oude aardappelveldjes
De deelnemers in de zaal zijn ietwat overrompeld door de klaagzang van Slabbers. Ze begrijpen zijn opwinding, maar zouden graag zien dat goede voorbeelden, die in Slabbers' presentatie nagenoeg ontbreken, de boventoon voeren. Voor slechte voorbeelden draaien bestuurders niet warm, wordt geopperd, die moet je laten zien hoe het wel moet.
En goede voorbeelden zijn er genoeg, weet ook Slabbers. Uit het verleden bijvoorbeeld, toen in de jaren veertig en vijftig lieflijke vakantiewoninkjes werden gebouwd, door architecten als Rietveld en Dudok. Of plekken waar men nog kan kamperen in de duinen, tussen de typische oude aardappelveldjes.
Prima voorbeelden zijn de badplaatsen langs de Oostzeekust van het voormalige Oost-Duitsland. ‘Daar krijg je echt een kustgevoel', vertelt Miranda Reitsma die een aantal plaatsen bezocht. ‘In Rügen bijvoorbeeld is een boulevard echt een boulevard: twee kilometer lang, ononderbroken, waar de ruimte en het licht van de zee optimaal beleefd kunnen worden. En de profielen zijn zo simpel: vanuit schitterende kustvilla's steek je een strandweg over, waarna je via een bosje over een promenade op het strand uitkomt. Zelfs Binz, met zijn Walt Disney-achtige architectuur roept het oergevoel van de kust op, met lommerrijke lanen en een pier.'
Het geheim van deze badplaatsen is volgens Reitsma hun puurheid, een onbedoeld gevolg van de jarenlange verstilling onder het communistisch bewind. Pauzelandschappen worden ze genoemd, waar decennialang geen enkele ontwikkeling plaatsvond, maar waar nu de vruchten van geplukt worden.
In navolging van het pleidooi door Steven Slabbers rijst de vraag in hoeverre de Duitse badplaatsen zich van elkaar onderscheiden. Is Rügen nog wel interessant als je al in Heiligendamm bent geweest?

Verhalen
Complementariteit, dat is het toverwoord. Badplaatsen zouden in samenspraak met elkaar moeten uitvinden welk profiel, welk karakter ze moeten aanmeten. Zo is het historisch ook gegaan: Zandvoort was voor de Amsterdamse rijkelui, terwijl Egmond ging om kamperen bij de boer en Bergen vooral kunstenaars en alternatievelingen trok.
Het is een van de aanbevelingen die volgens de salondeelnemers moet worden opgenomen in de kustvisie die de provincie momenteel opstelt. Evenals de suggestie dat we de Hollandse kust moeten bekijken vanuit de Noordzee, dat de relaties met het achterland sterker kunnen, dat we ons bewust moeten zijn van het feit dat jongeren liever naar de Middellandse Zee gaan en dat verhalen onmisbaar zijn voor het succes van een badplaats. Met dit laatste wordt bedoeld dat bijvoorbeeld het Franse eiland Corsica populair is, doordat Columbus en Napoleon er geboren zijn. Langs de Hollandse kust liggen de verhalen voor het oprapen. Strandpaal nummer 1 bij Den Helder is de eerste strandpaal ter wereld. Als zo'n verhaal eenmaal verteld is, wordt zo'n plek van onschatbare waarde.
Een actueel punt is de kustversterking. De speciaal opgerichte Deltacommissie onder leiding van oud-minister Cees Veerman komt binnenkort zeer waarschijnlijk naar buiten met de aanbeveling om middels zandsuppletie de zwakke schakels in de kust te versterken. Daarbij zal de commissie ervoor pleiten om nu flink te investeren, zodat de kust de komende tweehonderd jaar veilig is.
Volgens landschapsarchitect Steven Slabbers biedt deze op handen zijnde kustversterking fantastische mogelijkheden om het kustgevoel te versterken. In een ideeënboek doet Slabbers verschillende suggesties om de vier suppletietechnieken - uitbreiding strand, uitbreiding duin, nieuw voorduin, vooroever - in te zetten bij het creëren van kustactiviteiten. Zo biedt strandverbreding mogelijkheden voor een autostrand, voor popconcerten en buggy-kiten, aan strandhuisjes langs een fietspad of een pier naar zee vanuit een strandtent. De aanleg van voorduinen biedt ruimte aan klimduinen, kamperen in de duinvallei, natuurontwikkeling, windturbines, uitzichtpunten en tentwoningen. Slabbers' boodschap is dat mensen moeten durven dromen over wat allemaal mogelijk is met de komst van bergen zand.

 

‘Durf eens wat'
Dat dit dromen niet altijd direct werkelijkheid wordt, bewijst het idee om in de toekomstige kustversterking van Petten een zeehaven voor zeilers aan te leggen. Jaren geleden opperde een ondernemer om wat meer zand op te spuiten, waarin dan een marina kan worden aangelegd.
Het project is inmiddels overgenomen door Bouwfonds MAB. In samenwerking met landschapsarchitect Adriaan Geuze onderzoekt de projectontwikkelaar of met de kustversterking het dorp Petten van een impuls kan worden voorzien. Het oorspronkelijke havenidee is daarbij van secundair belang, de identiteit van Petten staat volgens Bouwfonds bovenaan.
Hier rijst eveneens de vraag of in dit project gekeken is naar hoe Petten zich onderscheidt van naburige badplaatsen. Sommigen menen dat het feit dat het zeewater direct tegen de dijk klotst, zeer typerend is voor Petten. Met een buitendijkse ontwikkeling zou dat verdwijnen. Bovendien zou Petten veranderen van een dorp achter de dijk in een dorp direct gelegen aan zee, zoals bijvoorbeeld Egmond.
Anderen zijn pragmatischer. De kustversterking dient zich aan, dus kun je maar beter tijdig nadenken over hoe je dat ruimtelijk benut. En, menen een aantal deelnemers, echt bijzondere kwaliteiten heeft het huidige dorp niet, dus wie weet wat zo'n nieuwe ontwikkeling toevoegt. Wat willen de Pettenaren zelf? De ene helft wil Petten behouden zoals het is, de andere helft, voornamelijk ondernemers, vindt dat er iets moet gebeuren. In ieder geval lijkt een dialoog tussen deze twee groepen voorlopig niet mogelijk.
Buiten kijf staat dat door het idee van die ene ondernemer een balletje is gaan rollen, een balletje dat nu bij een ontwikkelaar ligt die de noodzakelijke kustversterking wil inzetten voor het starten van een ruimtelijke ontwikkeling. In een ruimtelijkeordeningssysteem van polderen en besluiteloosheid, moet dat worden toegejuicht, zo menen de deelnemers. Of zoals een deelnemer het verwoordt: ‘Mensen, durf eens wat.'
Het is belangrijk dat het grote plaatje in ogenschouw wordt genomen, dat Petten in samenhang met andere badplaatsen bekeken wordt, kritisch beoordeeld wordt of een buitendijks Petten wenselijk is, natuurrichtlijnen gevolgd worden en de kwaliteiten worden toegevoegd die het bestaande landschap rondom Petten niet aantasten.
De provincie Noord-Holland heeft hierin een belangrijke taak. Zij moet een nieuw perspectief schetsen, een sterk verhaal waar Rijkswaterstaat, de gemeente, de Pettenaren, natuurorganisaties en recreatieondernemers in meegaan. ‘Formuleer de opgave voor de komende tweehonderd jaar', besluit Steven Slabbers de avond. ‘Maar niet alleen met het doel om de plaatselijke VVV van meer klanten te voorzien. Juist de Pettenaren en hun landschap staan centraal.'

Mark Hendriks