Dwarsverbanden
Inmiddels zitten we op de helft van de salongesprekken. We hebben behoorlijk wat afgepraat. De sfeer is ontspannen, zoals ik me die had voorgesteld en dat biedt inderdaad de mogelijkheid om echt diep op een aantal onderwerpen in te gaan. Wat mij opvalt is dat ik na vier van die bijeenkomsten nu dwarsverbanden begin te zien, tussen het landelijk wonen en nieuwe ontwikkelingen in de agrarische sector, het paardrijden bijvoorbeeld. Of tussen discussies die nu spelen rond mogelijke bestuurlijke herindeling bij gemeenten en de noodzaak om je als regio te profileren. En om de grenzen van deze nieuwe regio’s te leggen langs bestaande polders, veenweidegebieden, bos en heidevelden – in plaats van deze tussen de nieuwe regio’s op te knippen. Dat laatste geeft namelijk juist een rommelig beeld. En wat ik overal hoor is de vraag naar meer sturing op ruimtelijke kwaliteit vanuit de provincie. Overal? Nee, een inwoner van Petten ziet, naar aanleiding van een interview die ik gaf over Marina Petten, geen meerwaarde in een provinciale pottenkijker – “ Decentraal wat decentraal kan”, zegt hij, in de geest van de nieuwe wet Ruimtelijke Ordening.
Des te belangrijker dus om aan te geven waar de provincie een meerwaarde heeft, welke waarden zij op het vlak van ruimtelijke kwaliteit wil bewaken. De kustlijn van de Noordzee - hoe wordt die straks als wij ons wapenen tegen de gevolgen van de klimaatverandering? En wat gebeurt en dan met onze badplaatsen? Schuiven die langzaam de zee in? Soms wel 50 meter per jaar hoorde ik al in de wandelgang … dat zal toch niet? Daarover gaan we het volgende week hebben. Ik ben benieuwd…
Miranda Reitsma
Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK)
- login of registreer om te reageren